T
Taalscreening: in het gewoon basisonderwijs wordt een taalscreening afgenomen bij elke leerling bij het begin van de leerplicht (5 jaar) aan de hand van de KOALA-test. Ook elke leerling die voor de 1ste keer instroomt in het voltijds gewoon secundair onderwijs, wordt gescreend op het niveau van de onderwijstaal. De screening is verplicht, zowel voor de school als voor de leerling. Op basis van de resultaten van de taalscreening zullen leerlingen die het Nederlands onvoldoende beheersen een actief taalintegratietraject Nederlands moeten volgen. Anderstalige nieuwkomers moeten niet gescreend worden, zij krijgen hoe dan ook een taal(integratie)traject.
Meer informatie voor het basisonderwijs: https://onderwijs.vlaanderen.be/nl/verplichte-taalscreening-bij-je-kind-in-het-gewoon-basisonderwijs
Meer informatie voor het secundair onderwijs: https://onderwijs.vlaanderen.be/nl/taalscreening-en-ondersteuning-in-het-voltijds-gewoon-secundair-onderwijs
Taalintegratietraject: als uit de taalscreening blijkt dat een leerling een aangepast taalintegratietraject nodig heeft om zich bij te werken voor bepaalde taalonderdelen, of om extra uitdaging te krijgen op taalvlak, moet de school dat aanbieden. De school beslist vrij hoe ze het taalintegratietraject invult en welke maatregelen ze inzet. Ouders kunnen niet weigeren om hun kind een taalintegratietraject te laten volgen.
Meer informatie voor het basisonderwijs: https://onderwijs.vlaanderen.be/nl/verplichte-taalscreening-bij-je-kind-in-het-gewoon-basisonderwijs
Meer informatie voor het secundair onderwijs: https://onderwijs.vlaanderen.be/nl/taalscreening-en-ondersteuning-in-het-voltijds-gewoon-secundair-onderwijs
Tijdelijk onderwijs aan huis (TOAH): een leerling die langdurig afwezig is wegens ziekte, moederschapsverlof, ongeval of chronische ziekte heeft onder bepaalde voorwaarden een tijdelijk recht op 4 lestijden per week onderwijs aan huis. Het is de school waar de leerling is ingeschreven, die voor dit onderwijs zorgt. De school beslist welke leraar welke vakken op welke dag(en) geeft. Dat doet ze in overleg met de ouders en rekening houdend met het advies van de arts.
Meer informatie: https://onderwijs.vlaanderen.be/nl/toah
Tijdelijke uitsluiting: tuchtmaatregel omdat een leerling de leefregels van de school ernstig geschonden heeft. Bij een tijdelijke uitsluiting mag een leerling gedurende een bepaalde periode de lessen en activiteiten niet volgen. Een tijdelijke uitsluiting duurt minimaal 1 en maximaal 15 opeenvolgende lesdagen en maximaal 21 opeenvolgende kalenderdagen in het deeltijds secundair onderwijs. De school moet bij een tuchtprocedure strikt de officiële regels volgen: eerst andere pistes overwegen, het advies van de klassenraad inwinnen en de uitsluiting schriftelijk motiveren.
Meer informatie: http://onderwijs.vlaanderen.be/nl/kan-de-school-mij-schorsen-of-uitsluiten
Tuchtmaatregelen: tijdelijke of definitieve uitsluiting omdat een leerling de leefregels van de school ernstig geschonden heeft. De school moet eerst andere maatregelen overwegen vooraleer ze een leerling tijdelijk of definitief uitsluit. Voor het geven van een tuchtstraf moeten strikte regels gevolgd worden: eerst andere pistes overwegen, het advies van de klassenraad inwinnen en de tuchtmaatregelen schriftelijk motiveren.
Meer informatie: http://onderwijs.vlaanderen.be/nl/kan-de-school-mij-schorsen-of-uitsluiten
V
Verslag: zie IAC-verslag of OV4-verslag
Vestigingsplaats: gebouw of gebouwencomplex waarin een school of een gedeelte van een school staat.
Vlaamse bemiddelingscommissie: deze commissie bemiddelt op verzoek van ouders, het CLB of de school als zij het oneens zijn over de noodzaak van of de inhoud van een IAC-verslag of OV4-verslag.
Meer informatie: https://onderwijs.vlaanderen.be/nl/vlaamse-bemiddelingscommissie
Vlaamse onderwijsraad (Vlor): de adviesraad waarin vertegenwoordigers van o.a. directies, onderwijskoepels, ouders, leerlingen, vakbonden… zetelen. De Vlaamse onderwijsraad bekijkt of voorstellen van de overheid wenselijk, haalbaar en aanvaardbaar zijn voor de onderwijswereld en de samenleving. De Vlaamse onderwijsraad geeft op basis hiervan adviezen (op vraag of op eigen initiatief) aan de minister van Onderwijs en Vorming en aan het Vlaams Parlement.
Voorrangsgroepen: wettelijk is vastgelegd dat een aantal groepen voorrang hebben bij het aanmelden in een school. De volgende groepen krijgen voorrang:
- kinderen van dezelfde leefentiteit: broers en zussen van leerlingen die al ingeschreven zijn in de school, ook halfbroers en –zussen of andere kinderen die op hetzelfde adres wonen
- kinderen van personeel van de school
- in Brussel krijgen kinderen met een ouder die Nederlands kent ook voorrang.
- kinderen met een voortraject in het Nederlandstalig basisonderwijs (voor het secundair onderwijs, enkel in Brussel en bepaalde gemeenten nabij een gewestgrens)
- voorrang voor ondervertegenwoordigde groepen
Meer informatie https://onderwijs.vlaanderen.be/nl/ouders/naar-school/inschrijven/eerst-aanmelden/voorrangsgroepen-bij-aanmelden
Vrije plaatsen: het aantal vrije plaatsen geeft exact weer hoeveel leerlingen zich kunnen inschrijven voor een bepaald leerjaar in het volgende schooljaar. De school is verplicht het aantal vrije plaatsen op een vast aantal momenten te communiceren.
Meer informatie voor het basisonderwijs: https://data-onderwijs.vlaanderen.be/edulex/document.aspx?docid=14368#4
Meer informatie voor het secundair onderwijs: https://data-onderwijs.vlaanderen.be/edulex/document.aspx?docid=14370#4
Vzw: een vereniging zonder winstoogmerk (vzw) bestaat uit een groep personen die een belangeloos doel nastreven. Een ouderwerking op school kan als vzw georganiseerd zijn. De oprichting en jaarlijkse verplichtingen van een vzw vraagt opvolging. Een vzw heeft een juridische grond en kan dus eigendommen hebben, leningen en contracten aangaan…
Meer informatie: https://www.go-ouders.be/materialen/voor-ouderwerkingen/ouderwerking-voor-dummies
Z
Zorgcontinuüm: het zorgcontinuüm geeft handvatten aan scholen om zorg voor leerlingen kwaliteitsvol uit te bouwen. Het zorgcontinuüm bestaat uit de volgende fasen: brede basiszorg, verhoogde zorg, uitbreiding van de zorg en het individueel aangepast curriculum.
- Brede basiszorg: elke school biedt brede basiszorg voor al haar leerlingen. De school biedt hier een krachtige leeromgeving aan en zorgt voor kwalitatief onderwijs dat aangepast is aan de noden van een zo groot mogelijke groep leerlingen. Dit doet de school door het inzetten van structurele en preventieve maatregelen.
- Verhoogde zorg: wanneer een leerling meer zorg nodig heeft dan de brede basiszorg, neemt de school extra maatregelen die ervoor zorgen dat de leerling het gemeenschappelijk curriculum kan blijven volgen. Het schoolteam gaat samen met de leerling en de ouders op zoek naar de gepaste ondersteuning.
- Uitbreiding van de zorg: in deze fase wordt na overleg met of op vraag van ouders en leerling het CLB betrokken. Het CLB-team gaat na wat de leerling nodig heeft om te om de leerdoelen te bereiken en welke aanpassingen voldoende en redelijk zijn voor school en leerling. Hiervoor werkt het CLB-team samen met de leerling, zijn ouders en de school.
- Individueel Aangepast Curriculum (IAC): wanneer het volgen van een gemeenschappelijk curriculum in het gewoon onderwijs bijzonder moeilijk verloopt, kunnen het CLB-team, de leerling, zijn ouders en de school samen beslissen om een IAC-verslag of een OV4-verslag op te maken.
Meer informatie: https://www.prodiagnostiek.be/het-zorgcontinuum
Zorgcoördinator (zoco): in het basisonderwijs ondersteunt de Zorgcoördinator leerlingen bij vragen of problemen over leren en studeren, onderwijsloopbaan, psychisch en sociaal functioneren en preventieve gezondheidszorg. De taakinvulling wordt schoolspecifiek vastgelegd.