De belangrijkste veranderingen op 1 september

  • 29 september 2016

Zoals elk schooljaar opnieuw, veranderde er ook dit jaar op 1 september wat aan de onderwijswetgeving. Wij maakten een selectie van de belangrijkste veranderingen.

Problematische afwezigheden

Zowel in het basis- als secundair onderwijs moeten problematische afwezigheden van vijf of meer, al dan niet gespreide, halve  lesdagen per schooljaar, worden gemeld aan het CLB. Er  moet een gezamenlijk traject opgezet worden om de leerling te begeleiden. De school moet van die begeleiding een dossier bijhouden.

Wijzigingen aan de attesten buitengewoon onderwijs

Tot vorig schooljaar konden wijzigingen aan een attest voor het buitengewoon onderwijs enkel ingaan het volgende schooljaar, niet het lopende schooljaar. Nu kan dat in een aantal gevallen toch, nadat een handelingsgericht diagnostisch traject is doorlopen:

Als de leerling van woonplaats verandert en daarbij een passender onderwijsaanbod wordt gevonden.

Als de ouders kiezen om de leerling van school te veranderen en een overgang naar type basisaanbod of type 9 nodig is (al dan niet met wijziging van OV).

Na een residentiële setting of plaatsing waarbij de onderwijsbehoeften zo gewijzigd zijn dat het CLB, in afstemming met alle partners, bepaalt dt een wijziging van type, OV of onderwijsniveau nodig is.

Waarborgregeling in het kader van het M-decreet

Vorig schooljaar werd een préwaarborgregeling opgezet om de effecten van het M-decreet op te vangen. Door het dalende leerlingenaantal in buitengewoon onderwijs, konden leerkrachten van het buitengewoon onderwijs ingezet worden om collega’s in het gewoon onderwijs te versterken met expertise.

De dalende trend zet zich voort in het buitengewoon onderwijs en de waarborgregeling blijft dus bestaan, zowel voor het basis- als het secundair onderwijs.

De leerkrachten worden voornamelijk ingezet om ondersteuning te bieden waar leerlingen op school zitten met een inschrijvingsverslag, verslag of gemotiveerd verslag voor types 1, 8, 2, 3 of basisaanbod.)

De verdeling van de leerkrachturen over de verschillende scholen, gebeurt door een commissie. Deze commissie begeleidt de samenwerkende scholen en bestaat uit vertegenwoordigers van het GO! en vakorganisaties.

Alternerend leren

  • Per vestigingsplaats mogen er niet meer jongeren in opleiding zijn dan werknemers met een arbeidsovereenkomst.
  • Zijn er geen werknemers met een arbeidsovereenkomst in de onderneming, dan mag er maar één jongere in opleiding zijn.
  • De mentor van de jongere moet minstens 25 jaar zijn en vijf jaar praktijkervaring hebben, tenzij hij een bewijs van vooropleiding kan voorleggen. Dan kan er een uizondering worden toegestaan op de leeftijd (vanaf 23 jaar) of het aantal jaren praktijkervaring.
  • Ook de bedragen voor de vergoedingen werden vastgelegd aan de hand van het nationaal gemiddeld mininmum inkomen:

29% (=444,30€): in het eerste opleidingsjaar.

32% (=490,30€): als het eerste opleidingsjaar of de tweede graad secundair met succes zijn afgerond.

34,50% (=528,60€): als het tweede opleidingsjaar, het eerste jaar van de derde graad secundair, de kwalificatiefase van OV3 of een alternerende opleiding van min. twee jaar met succes zijn afgelegd.

Wil je meer info hierover? Contacteer eva.de.blieck@g-o.be, 0474/06.91.80.