BuBaO Woudlucht Heverlee smeedt banden met de ROM-ouders

Concrete realisatie 

Werken met de leerlingen 

Doordat de stad Leuven, via een integratieproject, inzette op de scholing van ROM-kinderen, kreeg ook Woudlucht ROM-leerlingen op school. Omdat ze niet gewoon waren om met deze groep te werken, stapten ze mee in het integratieproject van de stad. Zo krijgen ze, gedurende twee schooljaren, mee ondersteuning van de detacheringsmedewerker.

Niet alle ROM-kinderen op school horen thuis in het buitengewoon onderwijs. Sommigen werden doorverwezen door de gewone scholen omdat ze slecht scoorden op IQ-testen, in veel gevallen omdat ze de taal niet machtig zijn. Het buitengewoon onderwijs kent ook meer ondersteuningsmogelijkheden, waardoor er veel meer op maat, individueel en intensief gewerkt kan worden met de leerlingen. De ROM-leerlingen willen ook graag samenblijven en naar dezelfde school gaan. Door het M-decreet zal het echter niet meer zo gemakkelijk zijn om leerlingen door te sturen dus is het nog niet duidelijk hoe dit zal evolueren.

Al snel werd duidelijk dat de kinderen en ouders geen schoolse vaardigheden bezaten: ouders stuurden hun kinderen niet naar de kleuterklas, aanwezig zijn, de boekentas maken, eten meegeven naar school, het verliep allemaal erg problematisch en was geen evidentie.

Doordat de families in caravans wonen, worden hun kleren opgeborgen in banken die dan tot bedden worden opengezet. ’s Ochtends slapen de ouders nog en kunnen de kinderen hun kleren niet aandoen om naar school te gaan. De leefwereld van de ROM is erg specifiek en erg anders van wat we zelf gewoon zijn, het vroeg dan ook veel inspanning om hier allemaal mee om te leren gaan.

De kinderen beslissen ook zelf wanneer ze naar school gaan, daardoor is het absenteïsme erg groot.

Doordat Woudlucht zich inzette om de kinderen een uitdagend aanbod te geven, is dit wel gedaald, de kinderen moeten vooral graag naar school komen, anders komen ze niet.

In het begin werden de leerlingen uit de klas gehaald om te werken aan hun taligheid. Later leerden de leerkrachten om taligheid te integreren in hun lesgebeuren door actiever les te geven en praten een grotere rol te geven in het lesgebeuren.

Er wordt in de eerste plaats een aanpak op maat uitgewerkt en gekeken naar wat het kind zelf nodig heeft: Nederlands aanleren, schooltaal aanleren, leren lezen. De bedoeling is dat de leerlingen vaardigheden meekrijgen waardoor ze zich beter kunnen redden in de maatschappij. Voor spelling bijvoorbeeld is er veel minder tijd over omdat er al veel tijd in al het voorgaande kruipt.

Contact met de ouders

Er worden nu standaard eind augustus huisbezoeken afgelegd, zo komen de leerkrachten ook in contact met de ouders en zien ze de thuisomgeving van de kinderen. Dat maakt het voor de leerkrachten gemakkelijker om zich in te leven in de situatie van de ROM-kinderen en gericht naar een aanpak voor problemen te zoeken. De leerkrachten brengen ook meer begrip op voor de kinderen.

De orthopedagoog, maatschappelijk werker, integratiewerker van de stad en de juffen en meesters van de kinderen gaan mee.

De brugfiguur komt voor de leerkrachten spreken over wat de ROM-cultuur is. Voor de leerkrachten is dit verhelderend, ze begrijpen meer en zoeken mee naar oplossingen.

De ROM hebben een onderhandelcultuur. In het begin werd er dan ook echt onderhandeld met de ouders om de kinderen naar school te sturen. Zo kregen de kinderen bijvoorbeeld kledingstukken of brood op school, als de ouders hen naar school lieten gaan. De school zorgde voor tweedehands boekentassen die hier en daar werden verzameld,….

Doordat het doucheblok van de ROM dikwijls stuk was en niet werd hersteld, waren er veel hygiëneproblemen. In samenspraak met de ouders, konden de kinderen dan een paar maal per week douchen op school.

Nu is de school voldoende bekend bij de ROM, onderhandelen is niet meer nodig om hen te overtuigen.

Omwille van de vele problematische afwezigheden, wilde de school in het begin de ouders uitnodigen om daar een gesprek over te hebben. Hoewel ze dit op verschillende manieren probeerden, werkte dit eerst niet.

Nu leggen ze niet meer de nadruk op het problematische maar nodigen de ouders uit voor een koffiemoment. De integratieambtenaar pikt de ouders op en brengt ze naar school. Daar krijgen ze de klas van hun kind te zien en vertelt de juf wat ze zoal doen op school.

Dit wordt elk jaar opnieuw herhaald en heeft de kloof tussen de school en de ROM-ouders zeker gedicht.

Ouders zetten nu zelf de stap naar de school wanneer er problemen zijn of ze iets kwijt willen.

Er is ook een groot cultuurverschil in tijdsbeleving, wat het niet altijd makkelijk maakt. Zo kwamen de ouders een keer niet opdagen. Bleek dat ze, omwille van een sterfgeval, naar Frankrijk vertrokken waren. Het komt niet in hen op om te verwittigen dat ze de volgende dag hun afspraken niet kunnen nakomen. De ROM leven in het ‘hier en nu’ en denken niet aan morgen. Zo hebben kinderen niet altijd eten mee omdat er geen brood in huis was, brood voor vandaag kopen ze immers vandaag, ze handelen naar het moment en kijken niet vooruit.

De school moest leren om niet teveel verwachtingen te stellen en om in te spelen wat zich voordoet. Wanneer ze de ouders nu uitnodigen, laten ze de integratiewerker eerst polsen hoeveel ouders er aanwezig zullen zijn. Ze gaan ook door met de dagelijkse dingen en zijn gewoon paraat om ouders te ontvangen als ze komen. Zo raken ook de leerkrachten niet teleurgesteld en stoppen ze er niet nodeloos energie in om dan te gaan zitten wachten op ouders die niet komen.

Tussentijds worden ouders telefonisch gecontacteerd als er iets is of wordt dit doorgegeven aan de integratiewerker.

Context van de school

Woudlucht is een basisschool voor buitengewoon onderwijs, ze bieden type basisaanbod, type 2 en type 9. De school is landelijk gelegen, vlak bij Leuven.

De school telt +/- 350 leerlingen in de lagere afdeling. Op dezelfde campus zitten nog een 250-tal leerlingen in het BUSO
Er is een GON/ION/M-team
85% van de leerlingen komt met busvervoer, veel leerlingen wonen dan ook ver van de school.
Een groot aantal leerlingen heeft een sociaal zwakkere achtergrond

Context van de ouders

De ROM-gemeenschap is een gemeenschap van woonwagenbewoners, niet te verwarren met de ROMA. De gemeenschap is heel erg besloten, daardoor zijn ze erg weinig geschoold en kennen vele ROMS de taal niet, ook al wonen ze al generaties in ons land.

In Leuven woont de ROM-groep op een terrein dat afgesplitst ligt van andere bewoning. De groep zelf is ook weinig geïnteresseerd in de maatschappij.

Geschiedenis en verloop

De school kreeg in 2006 de eerste leerling uit de ROM-gemeenschap op school. Omdat ze geen expertise hadden met deze groep, besloten ze mee in te stappen in het integratieproject van de stad Leuven.

Stilaan druppelden er meer leerlingen binnen uit de ROM-gemeenschap in de school.

Het was niet zo dat de ROM-gemeenschap opeens opdook in Leuven, de ROM woonden er al lang. De gemeenschap leefde echter heel erg besloten en de kinderen gingen niet naar school.

De dienst onderwijs van de stad Leuven besloot hieraan iets te doen en startte een integratieproject op waarvoor een detacheringsmedewerker werd aangesteld.

Deze medewerker legde contacten met de ROM-gemeenschap en zette zich in om de ROM te overtuigen hun kinderen onderwijs te laten volgen. De medewerker ondersteunt tegelijkertijd ook de scholen in het integreren van de kinderen.

Evaluatie

De kinderen van de ROM zijn meer geïntegreerd en vallen minder op in de groep tegenwoordig.

Het werken met de ROM is generatiewerk: de kinderen met wie ze nu werken laten hun kinderen misschien later langer naar school gaan. Nu trouwen meisjes nog steeds erg jong en blijven dan weg van school om een gezin te starten.

Als ze de beginsituatie bekijken, is er duidelijk een evolutie merkbaar: er is nog steeds veel absenteïsme maar veel minder dan in het begin.

Het respect vanuit de ROM-gemeenschap is gegroeid, waar er in het begin geen respect was voor buitenstaanders, is dit ondertussen wat veranderd.

De school kent alle ouders van de ROM-kinderen.

De ouders van de kinderen nemen zelf contact op met de school wanneer er iets is, dat was tien jaar geleden nog ondenkbaar.

Toen er tuchtproblemen waren op de bus, was een mama bereid om mee te begeleiden. Dit werd door omstandigheden afgebouwd maar het was wel uniek dat een ouder ook bereid was mee te werken.

Opvolging

De werking met de ROM wordt mee opgevolgd door het LOP van Leuven (Lokaal OverlegPlatform waar onderwijsprofessionelen, politie, welzijnswerkers,…samenzitten).

De GOK-leerkracht en orthopedagoog staan de leerkrachten bij en ondersteunen.

Contactgegevens

GOK-leerkracht en orthopedagogoog:

Jona Van den Bossche: jona.van.den.bossche@gmail.com

Katleen Fordel: katleenfordel@woudlucht.be

BuBao Woudlucht

Prosperdreef 3

3001 Heverlee

http://bubao.woudlucht.be/