“Het gaat niet over wel of geen huiswerk, maar wel over het soort en hoe we het aanpakken”

  • 21 februari 2017

BS De Regenboog Ertvelde maakte werk van een huiswerkbeleid en baseerde zich daarvoor op de mening van haar ouders, de ervaring van haar leerkrachten en de visie van het GO!
Marie-Rose Van de Velde, directeur, legt ons graag uit hoe ze aan de slag gingen.

In september 2016 werd het startschot gegeven voor het nieuwe huiswerkbeleid. Wanneer werd huiswerk als werkpunt op de agenda gezet?

Om de 2 jaar organiseren we een bevraging voor de ouders. In mei 2015 was het opnieuw tijd. Ouders waren zeer positief over heel wat thema’s, maar huiswerk bleef toch wat achter. Slechts 55% van de ouders  ging akkoord met de vraag of hun kind een aangepaste hoeveelheid huiswerk kreeg. Evenveel ouders gaven aan dat hun zoon of dochter het huiswerk zelfstandig kon maken. Het was dus nodig uit te klaren of ouders ontevreden waren of dat er onduidelijkheden bestonden.

Welke veranderingen werden doorgevoerd?

Het kernteam van de school, bestaande uit de zorgcoördinator, een kleuterjuf, twee leerkrachten van het lager en de directeur, ging als eerste aan de slag rond huiswerk. Ze verwerkten alle bemerkingen van de ouders, bevroegen de leerkrachten en legden de visie van het GO! ernaast. Al snel kwam de conclusie dat het moeilijk ging worden goed te doen voor iedereen.
Het ging al lang niet meer over wel of geen  huiswerk, maar wel over het soort en hoe we het gaan aanpakken. In de eerste graad werd afgeweken van de gekende werkblaadjes ten voordele van functioneel en vooral speels opgevat huiswerk. In de klassen wordt voldoende tijd genomen om alle leerstof te behandelen en leerstof voor toetsen wordt op speelse wijze ingeoefend. De noodzaak om nog taken mee te geven naar huis neemt af op deze manier.  In de 2e en 3e graad wordt nu veel sterker ingezet op leren leren en plannen. Vanaf de 2e graad wordt sinds het nieuwe huiswerkbeleid ook voorzien in een bundeltje ‘leren leren’ om ouders mee te nemen in dit verhaal.

Hoe werden de ouders op de hoogte gebracht?

Na het afnemen en bestuderen van de bevraging, communiceerden we een eerste keer over de resultaten. We deelden ook mee dat huiswerk als eerste punt aan bod zou komen. Toen heeft het kernteam goed een jaar gewerkt aan onze visie op huiswerk. Op 1 september 2016 was het dan zo ver: het nieuwe huiswerkbeleid ging in voege. Alle ouders kregen een brief met daarin de nieuwe afspraken. Op de infoavond werd het beleid ook uit de doeken gedaan. Nadien kreeg iedere ouder de kans om hierover met de directeur en de leerkracht van hun zoon of dochter in gesprek te gaan.

Hoe reageerden de ouders op dit nieuwe beleid?

In de eerste graad was in eerste instantie de meeste weerstand te voelen. De werkblaadjes bleken bij heel wat ouders naast gekend ook redelijk geliefd te zijn. Sommige ouders blijven de vraag stellen naar de werkblaadjes, andere zijn dan weer blij dat de dagelijkse strijd met hun kind over het maken van huiswerk kan gestaakt worden. Ouders zochten advies bij elkaar. Zo ontstond er op facebook een groepsgesprek tussen ouders met kinderen in het 2e leerjaar over het nieuwe huiswerkbeleid. Deze ouders bundelden hun vragen en kwamen hiermee naar de school. Bij één mama leidde dit tot een persoonlijke afspraak. De juffrouw zal een oefenbundel voorzien voor haar dochter, maar deze zal niet terug meekomen naar de klas. Dergelijke persoonlijke afspraken zijn eerder zeldzaam, maar kunnen de overgang wel wat verzachten. Zo wordt vermeden dat de mama zelf op zoek gaat naar oefeningen die lukraak op internet worden aangeboden.

Heb je nog concrete tips voor andere scholen die ook aan de slag willen?

  • Ga aan de slag in een klein team om zeer gericht te werk te kunnen gaan, maar koppel altijd terug naar het volledige team. Iedereen moet op één lijn staan en zich aan dezelfde afspraken houden. Op deze manier kan ook eenduidig gecommuniceerd worden.
  • Bevraag zeker ook je leerkrachten. Zij worden in hun dagelijkse praktijk geconfronteerd met huiswerk. Zij hebben de ervaring.
  • Het proces is minstens even belangrijk als het product. De weg ernaartoe, de gesprekken die je voert en de acties die je onderneemt, bepalen in grote mate de kwaliteit van en de eensgezindheid over het eindproduct.